ENTRE NOUS
1 augustus 2026 - Bazolles, Frankrijk
Het is zondagmorgen. Mijn dochter, partner en hun heerlijke eenjarige ventje zijn na twee nachten weer verder gereisd. .
De temperatuur is al weer flink aan het oplopen en ik neem plaats in de korte rij voor de boulangerie aan het zonnige plein in Brinon sur Beuvron. Er loopt een stralende veertigjarige vrouw de bakkerij uit. Ze slaat haar blubberende vlezige arm om de 8 baquettes. Ze heeft een korte zomerjurk aan waar haar witte Bessie Turf benen trots en energiek uitsteken. De jurk heeft rode en oranje rozen die zwierig fladderen bij iedere stap die ze zet. In de Franse campagne kan lelijk ook ineens heel bekoorlijk zijn.
In St Reverien zet ik mij aan een terrastafeltje voor het oude postkantoor, naast de oude Cluny kerk. De dwingende, zelf benoemde gerant, gaat mij zwierig voor. Hij spreekt mij aan in goed Engels, dat is heel bijzonder voor deze regio. Binnen sommeert hij zijn “knechtje” koffie in te schenken en de pain au chocolat te serveren. Ik weet niet wat ik mee maak. In St Reverien! Tot overmaat van verrassing vertelt hij mij dat dit etablissementje iedere dag open is. Hij heeft in de toeristen industrie gewerkt, snuift hij vergenoegd: Italie, Griekenland, Turkije. Met een nonchalante gebaar drukt hij zijn sigaret in de asbak uit.
‘Gaat u ook brood verkopen’, vraag ik hoopvol. Hij zit maar 6 km van die lekkere bakker in Brinon en ik maar 8 kilometer van St Reverien. Hij schudt meewarig zijn hoofd. Ik kijk hem hoopvol, daarna bemoedigend aan.
‘Trop complique’, verzucht hij.
Het moet wel heel erg lang geleden zijn dat iemand hier met ondernemersgeest en voor eigen risico is begonnen, denk ik stilzwijgend. Mijn blik dwaalt over de nog best drinkbare koffie naar de man met een strooien hoedje voor mij. Een bourgondische buik in een te kort t-shirt bolt vriendelijk zijn kennissen tegemoet. Hij schudt handen en zijn buik van het lachen.
Langs de straat, aan weerszijden rijen met tafeltjes waarop bordjes met jacht taferelen, vazen in vormen die je zelf, ook niet in je kleutertijd, had kunnen bedenken, een partij boerengereedschap waar de mest nog aan kleeft. Alles is er te koop.
In Frankrijk vallen winkelstraten dood door supermarkten en centres commerciales, die aan randen van stadjes zijn verrezen. Een kapper en een restaurant heeft nog enige kans. Maar... de brocante is het geheime wapen voor de overleving. Er wordt gezoend en vaak probeert een vreselijke afteshave lucht je nog de hele dag in te halen. Je ruikt ongewassen lichamen en een enkele keer een voorzichtig parfum. Dames met lippenstift, gepenseelde wenkbrauwen en fleurige jurken waaronder hakjes, zijn beslist niet van hier. Dat zie je! Hollanders met hun volume knop op 10 steken overal bovenuit. Dat hoor je! Het onderhandelen over de prijs gaat niet over geld maar over “een gesprek”. Hoe leuker het gesprek, de meer je van de prijs af krijgt.
Ik heb een mooie rol aangemeten. Observeren.
Als ik naar huis rij waar hond en een klus op mij wacht, passeer ik de brocante in Crux la Ville. Ik zie jonge gespierde mannenlijven, aan hun zijde de epouse en achter hen een schare kinderen, over de straten trekken. Ze zoenen, grappen en grollen dat het een lieve lust is. De vrouwen schuiven dicht op elkaar met hun onderonsjes.
Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Vandaag ben ik gesterkt in het besef dat op het Franse platteland, de mensheid overleeft dankzij de behoefte aan sociale uitwisselingen.





Groetjes paul.
Mooi herinneringen en gedachten, hartelijk dank! :-)