1 NEW ZEALAND 2025
15 januari 2025 - Wellington, Nieuw-Zeeland
Mijn wc-roll is bijna op. De afgelopen 10 dagen heb ik gesnoten en gehoest.
Ik noem het het grootoudervirus. Die kleine schatteboutjes zijn vandaag de dag in staat binnen hun leefgemeenschap “crèche” een haarfijn systeem te ontwikkelen om ouders en dus grootouders met een heel nieuw scala aan virussen te besmetten. Wij zijn wel wat gewend, vinden we, maar zoals altijd doet de jongere generatie een gooi naar een machtsovername en daarin zijn ze, onwetend, heel goed in geslaagd. Mijn broer, ook opa, waarschuwde mij al voor het Zwitser(leven) virus en ik wuifde dat telefonisch weg. Nu moet ook ik er aan geloven: het Nieuwe Zeeland virus.
In mijn laatste dagen in Frankrijk liet ik een gietijzeren deksel van een houtkachel op mijn rechter middelvinger vallen; ongelooflijk, maar het topte mijn vinger zo goed als af. Dat werd een 112 gevalletje. Leuk om dat eens te ervaren. Ik heb vier keer telefonisch al mijn gegevens mogen doorgeven en uiteindelijk een “arts” verteld dat mijn topje manmoedig door mijzelf terug geduwd was en nog steeds lekker bloedde. Dat vond de arts een goed teken, en dat vond ik ook. Ik moest naar het ziekenhuis. Dat vond ik ook, anders had ik 112 niet gebeld. Een ambulance voor een topje, komt niet in aanmerking, bleek. Mijn uitleg dat ik in een gehucht van 6 huizen woon en niemand aanwezig, bracht geen enkel medeleven te weeg. Nu ben ik niet zo een slap huilebalkje dus nam ik mijn auto en schakelde met mijn pink en ringvinger op weg naar de urgence in Clamecy. Halverwege zag ik de trouwe kop van hond Bruno mij aankijken. Oh jee, die had ik gedachteloos in de auto laten springen!
Ik was aangekondigd (dat moet tegenwoordig) en opnieuw kreeg ik de serie vragen. De enige slimme vraag was, of ik voor tetanus was ingeënt. Positief! Als bewijs van goed gedrag kreeg ik een polsbandje en mocht met mondmasker naar de wachtkamer: geen ramen, erg benauwd en vier wachtenden.
Fransen praten niet in een wachtkamer; er heerste een doodse stilte. De gangen vulden zich meer en meer met terneergeslagen slachtoffers op brancards. Ik durfde wel mijn mond open te trekken en te vragen wie het eerst aan de beurt zou zijn. De man naast mij reageerde op zachte toon. ‘Hoe lang wacht u al’, meer durfde ik niet te vragen.
‘zes uren’, was zijn antwoord.
Ik reikte voorzichtig naar mijn topje, het hevige bloeden was gestopt, er kwam wat wondvocht uit. Mijn telefoon ontplofte van de berichten van de inmiddels aangekomen huurders in het huis dat ik beheer. Weerom legde ik ze uit dat ik IN HET ZIEKENHUIS ! was.
Stel je nu eens voor, Anne Marie, wanneer je op zee zou zijn, zou je je dan ook laten ophalen door een helikopter? Nee, toch?, mijmerde ik.
Ik liep naar de auto waar Bruno weer blij was mij te zien en belde een hulplijn, mijn zwager, ooit arts. Hij ondersteunde mijn vertrek met nog een paar zinvolle tips.
Terug naar de balie, waar ik triomfantelijk vroeg mij te bevrijden van mijn ketenen. De dienstdoende in een witte jas keek mij niet begrijpend aan en helemaal niet toen ik om een schaar vroeg.
Eenmaal terug op honk bleken de huurders alle hulpvragen zelf opgelost te hebben. ‘ Zie je wel dat je meer kunt dan je denkt’, durfde ik niet hardop te zeggen.
Natuurlijk heb ik het heerlijk bij zoon Bas, Matia, de kleine man en haar liefdevolle en warme familie. Het is zo ongelooflijk leuk de kleine onderonsjes met kleinkind Katu te ontdekken. Mijn topje zit weer vast; mijn middelvinger is wat langer geworden. Kan me nog van pas komen.
Niettemin heb inmiddels weer een oud campertje gekocht en sta in de startblokken. New Zealand, here I come!
Een beetje laat maar toch gemeend aan mijn trouwe lezers: EEN GELUKKIG, GEINSPIREERD EN GEZOND 2025





Dikke knuffel vanuit een waterkoud muiden.
Paul.